Eerste indruk

De eerste indruk wordt bepaald door het omslag, de omvang, of als het om een brief of folder gaat: de eerste pagina. 

Het is daarbij belangrijk dat je:

    • de aandacht en interesse opwekt bij de lezer,
    • de lezer snel laat zien waar deze tekst over gaat, en
    • de lezer zo weet te boeien, dat deze verder leest.

De middelen die je daarvoor hebt:

    • Illustraties: foto's, tekeningen die de aandacht trekken, maar die ook iets vertellen over de tekst.
    • Bladspiegel: de verhouding tussen tekst, illustraties, en 'wit' (lege ruimte). 
    • Koppen en tussenkoppen. Ook die moeten de aandacht trekken, en weerspiegelen wat er in de tekst staat.

Voor lezers met leesproblemen komen daar de volgende aandachtspunten bij:

Min-punten

    • Omvang: dik, lang, veel 'zwart' Itekst) schrikken af.
    • Letterformaat: kleine lettertjes schrikken af.
    • Contrast: tekst die niet goed contrasteert met d eachtergrond (omdat het een lichte kleur is, of witte tekst op een zwarte achterrond, of tekst die over een tekening of foto heen is gedrukt) schrikt af.
    • Moeilijke woorden in de titel of in de subkoppen schrikken af.